Geven en nemen

Leave a comment Standard

Vereer de HEERE met je bezit, met de eerstelingen van heel je opbrengst, dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed en je perskuipen overlopen van nieuwe wijn. — Spreuken 3:9-10

Lezen: Spreuken 3

Deze tekst is vor ons Nederlanders best een pijnlijke. In het buitenland staan we bekend als gierig, overdreven zuinig. Ook in christelijk Nederland is deze tekst omstreden, net als het geven van tienden. Dat zou niet nieuwtestamentisch zijn. Dat zou kunnen kloppen,kijk maar naar Handelingen: daar gaven ze alles en wie dat met onzuivere motieven deed en de boel bedotte moest dat met het leven bekopen….. Dus wanneer mensen daar commentaar op geven, mag je hen daar best op wijzen.

Het gaat hier om twee principes. Het eerste is geloof. Je eerstelingen waren de eerste dingen die je binnenhaalt na een jaar hard werken: je eerste oogst, maar ook je eerste lammetjes, kalfjes etc. Zij waren de HERE gewijd. Komt nog van de 10de plaag waardoor ze uit Egypte werden bevrijd. Dat geven van het eerste van de opbrengst was een daad van geloof. Ik geef dit weg, aan de HERE, in het vertrouwen dat er meer gaat komen. Zo is dat ook met de tienden. Je geeft die, zodra je salaris, of uitkering, of wat dan ook is binnengekomen, aan God in het vertrouwen dat Hij ervoor gaat zorgen dat je van de overige. 90 procent rond komt. Geloven en vertrouwen dus.

Het tweede principe, is daar nauw mee verbonden. Geven brengt Gods voorzienigheid op gang. Denk aan de weduwe van Sarfath; Ze moest een koek bakken van het laatste wat ze had, het laatste restje meel en olie, en die aan Eia geven, dan zou God gaan voorzien. (1 Kon. 17:7-16) Als een voorganger dat deze dagen zou vragen, zouden we hem een uitbuiter noemen, die rijk wil worden van zijn gemeenteleden 😉

Maar deze vrouw (een niet joodse overigens) vertrouwde God en deed wat Hij van haar vroeg: gevolg, ze had de hele tijd van de hongersnood meer dan genoeg. Geven brengt Gods voorzieningheid op gang, zei ik al. Maar waarom?

Een mooi beeld is dat van de Zee van Tiberias en de Dode Zee. De rivier de Jordaan stoomt door de Zee van Tiberias, of het Meer van Galilea, zo je wilt. Die geeft het weer door waardoor de Jordaan weer verder stroomt naar de Dode Zee. Die houdt alles voor zichzelf. De Zee van Tiberias is vruchtbaar, ook het gebeid er rond omheen, maar de Dode Zee, de naam zegt het al. Dor en vergeven van het zout. Niets kan er groeien of leven.

Dat is nu precies waar het omgaat; Hou je alles voor jezelf? Dan word je dor en droog, maar geef je het weg, omdat je er niet aan vast zit, dan zal God je overvloedig zegenen

Overigens, en dat mis ik nog wel eens, gaat het om de gesteldheid van je hart. Als je geeft om daardoor meer te ontvangen, mis je het principe. Er zijn zoveel mensen, die hun tienden gaven om meer te ontvangen en niets kregen. God ziet het hart aan. Hij heeft de blijmoedige gever lief. Vertrouw en geloof Hem en je schuren en je kuilen zullen overvol zijn! Maar doe het niet daarom, doe het omdat je van Hem houdt en Hij je alles waard is! En Hij gaf het liefste wat HIJ had, Zijn Eniggeoren Zoon!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.