Tempel


De God Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze, Die een Heere van de hemel en van de aarde is, woont niet in tempels die met handen gemaakt zijn. — Handelingen 17:24http://dawo.nl/?p=5220

Lezen: Handelingen 17:19-34

We bevinden ons midden in de preek van Paulus in Athene. Een preek waarin hij wijze woorden spreekt, maar die weining uitwerking heeft. Dat is eigenlijk met zoveel preken zo. We zitten, we luisteren en vaak gaat het het ene oor in en het andere weer uit. Het is na Athene dat Paulus in Korinthe besluit niets anders meer te weten dan Jezus Christus en dien gekruisigd en dat hij komt, niet met wijze woorden, maar met betoon van Geest en kracht. Het is daarom ook, dat we tijdens evangelisatie nooit in discussie met mensen moeten gaan,maar juist die Geest en kracht moeten laten zien. Een wonder zegt meer dan 1000 woorden!

Maar desalniettemin zegt Paulus wijze dingen. God woont niet in een tempel. Hij had Athene doorkruist, een soort van gebedswandeling, en had gezien dat men voor alle goden wel een tempel had, zelf voor de onbekende God! Maar, zegt hij, God woont niet in een tempel met mensenhanden gemaakt. Ook niet in een kerk, wat je nu nog vaak aangeduid hoort worden met het Huis des Heren. De  kerk is niets anders dan een gebouw van steen en hout. God woont daar niet. Als wij het gebouw verlaten blijft Hij niet achter! Hij gaat met ons mee, omdat Hij, door de Heilige Geest, in ons woont. Ons, mensen, heeft Hij uitgekozen als zijn woning. We zijn, om het zo te zeggen, ‘onverklaarbaar bewoond’ terwijl we eerst onbewoonbaar verklaard waren. Dat gebeurt er als we zeggen: Lieve Here Jezus, kom in mijn hart! Hij woont dan in ons hart. Hij woont er en is niet op visite. Hij woont in de kamer van ons hart. Als we gedoopt worden in de Heilige Geest neemt Hij bezit van ons hele huis. Dan laten we Hem alle kamers binnen, ook de slaapkamer, de zolder en de kelder. Daar wil Hij wonen, dischtbij ons. En waar wij zijn, is Hij. Als je gaat werken laat je Hem niet achter in de auto of de fietsenstalling. Waar jij komt is hij. Zoals de ezelin Jezus binnenbracht in Jeruzalem, zo dragen wij Zijn tegenwoordigheid binnen in deplaats waar we binnenkomen. Zoals de priesters de Ark des HEREN op hun schouders droegen, zo dragen wij Hem, waar we ook gaan.

Daar moeten we ons bewust van zijn als we een gelegenheid binnengaan, dat wij, dankzij Hem, in staat zijn de atmosfeer, de situatie te veranderen. Daarom zij wij zout en licht, omdat Hij in ons woont. Mag Hij door onze ogen naar buiten kijken? Dan zien de mensen Zijn liefde in onze ogen! Mogen onze handen Zijn handen zijn? Dan genezen mensen als ze worden aangeraakt. Mogen onze woorden Zijn woorden zijn? Dan brengen ze heling en herstel en liefde in plaats van veroordeling en schuld. Zo wil ik zijn, Heer, een drager van Uw tegenwoordigheid!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s