Rijk gezegend


Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen, die Hem met heel hun hart zoeken. Psalm 119:2 HSV

Lezen: Psalm 119:1-8

De langste Psalm, het langste hoofdstuk uit de Bijbel en daarom misschien wel het minst gelezen. Maar dat is eigenlijk jammer, omdat het een heel mooi stuk is. Het is, taalkundig gezien een acrostichon, iedere nieuwe strofe, van elk acht verzen, begint met een letter uit het Hebreeuwse alfabet. 8 x 22 zijn dus 176 verzen. En ieder gedeelte gebruikt een ander woord voor de Thora, de geboden en inzettingen van Gods Woord.

Daarom zegt onze tekst van vandaag dat welzalig, gelukkig, in het Hebreeuws staat er Rijk Gezegend, iedereen is die Zijn getuigenissen, het Woord van God, in acht nemen, bewaren en toepassen en Hem met hun hele hart zoeken. Ik vind het jammer dat de vertalers van de HSV het woordje welgelukzalig hebben gebruikt. Zalig doet je onwillekeurig denken aan gered zijn, in de hemel komen, maar dat bedoelt de Psalmdichter helemaal niet. Hij heeft het hier gewoon over gezegend zijn. En er is zegen in het houden van Gods Woord en inzettingen. Dat hebben we niet nodig om gered te worden, dat is enkel en alleen door genade, en genade krijg je niet omdat je iets verdient, maar juist omdat je dat niet doet!

Nee, in het houden van de inzettingen van God verbindt Hij Zijn zegen, zoals we dat zien in Deut.28:1 en verder. De Here Jezus vat dat anders samen: als je mijn woorden hoort en doet wat ik zeg, zul je zijn als de man, die zijn huis bouwde op de rots. (Mat.7:24)

God verbindt zegen, rijke zegen aan het houden van Zijn Woord. Je kent die uitdrukking misschien wel: met je 10 geboden eten en dan bedoelt men, dat je met je handen eet. Wie zich, uit liefde, aan Gods (10) geboden houdt, leeft binnen Zijn bescherming. Op het moment dat je buiten die veilige handen loopt, door te zondigen, ben je buiten die bescherming en sta je open voor aanvallen van de vijand. Dat wil niet zeggen, dat iedereen die wordt aangevallen in zonde leeft. Wel dat we ons af moeten vragen, op het moment dat onze omstandigheden veranderen, drastisch veranderen, wanneer die verandering intrad en of we dan handelden en wandelden overeenkomstig Zijn wil. Of, zoals Psalm 139 dat zegt: 23Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,

beproef mij en ken mijn gedachten.24Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.

Dat vergt moed en vraagt om gehoorzaamheid, maar op het moment dat we de vloek verbreken en weer gaan wandelen op Zijn weg, keert de zegen terug. Halleluja!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s